Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Afbeelding, beeld, origineel?

Ook bekend als: afbeelding · origineel

Definitie 1.20 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 1 · Hoofdstuk 1 — Logica, verzamelingen en afbeeldingen

Een afbeelding (of functie) f ⁣:EFf \colon E \to F kent aan elk element xx van de verzameling EE (het domein) precies één element f(x)f(x) van de verzameling FF (het codomein) toe. Voor AEA \subseteq E en BFB \subseteq F zijn

f(A)={f(x):xA}F,f1(B)={xE:f(x)B}Ef(A) = \{f(x) : x \in A\} \subseteq F, \qquad f^{-1}(B) = \{x \in E : f(x) \in B\} \subseteq E

het beeld van AA en het origineel van BB. De samenstelling van f ⁣:EFf \colon E \to F en g ⁣:FGg \colon F \to G is gf ⁣:EGg \circ f \colon E \to G, xg(f(x))x \mapsto g(f(x)).

Voorbeelden

Voorbeeld 1.22 (Beelden en originelen berekenen)

Zij f ⁣:RRf \colon \R \to \R, xx2x \mapsto x^2. Dan is

f([1,2])=[0,4],f1([1,4])=[2,1][1,2],f1({1})=.f\bigl(\intcc{-1}{2}\bigr) = \intcc04, \qquad f^{-1}\bigl(\intcc14\bigr) = \intcc{-2}{-1} \cup \intcc12, \qquad f^{-1}(\{-1\}) = \emptyset .

Voor het eerste: elke x[1,2]x \in \intcc{-1}2 heeft x2[0,4]x^2 \in \intcc04, en elke y[0,4]y \in \intcc04 wordt bereikt als y=(y)2y = (\sqrt y)^2 met y[0,2][1,2]\sqrt y \in \intcc02 \subseteq \intcc{-1}2 — merk op dat het beeld niet [1,4]={(1)2,22}\intcc14 = \{(-1)^2, 2^2\} is: beelden van intervallen bereken je niet uit de randpunten alleen. Voor het tweede: 1x24    1x21 \leq x^2 \leq 4 \iff 1 \leq \abs x \leq 2, wat in twee stukken uiteenvalt. Het derde toont dat een origineel leeg mag zijn — f1(B)f^{-1}(B) is altijd zinvol, hoe klein de doorsnede van BB met het beeld ook is. Bekijk ten slotte op ditzelfde voorbeeld het strengheidsverschijnsel uit de opmerking hierboven: met A=[1,0]A = \intcc{-1}0 en A=[0,1]A' = \intcc01 is f(AA)=f({0})={0}f(A \cap A') = f(\{0\}) = \{0\}, terwijl f(A)f(A)=[0,1]f(A) \cap f(A') = \intcc01.

Voorbeeld 1.27 (Punt (2) is scherp)

In Propositie 1.26 (2) kunnen de conclusies niet versterkt worden: dat gfg \circ f bijectief is, dwingt ff niet surjectief of gg injectief te zijn. Neem E=G={1}E = G = \{1\}, F={1,2}F = \{1, 2\}, met f(1)=1f(1) = 1 en g(1)=g(2)=1g(1) = g(2) = 1: dan is gf=idEg \circ f = \mathrm{id}_E bijectief, terwijl ff het element 22 mist en gg beide elementen op elkaar plakt. De moraal is een nauwkeurige boekhoudregel: informatie over de samenstelling stroomt voor injectiviteit naar de binnenste afbeelding en voor surjectiviteit naar de buitenste, nooit andersom. (Oefening 1.9 bouwt hetzelfde verschijnsel op oneindige verzamelingen, waar het de motor is achter eenzijdige inversen.)

Voorbeeld 1.28

f ⁣:RRf \colon \R \to \R, xx2x \mapsto x^2 is injectief noch surjectief (f(1)=f(1)f(-1) = f(1), en 1-1 heeft geen origineel). Beperken we domein en codomein, dan is f ⁣:R+R+f \colon \R_+ \to \R_+, xx2x \mapsto x^2 bijectief, met inverse yyy \mapsto \sqrt y. Of een afbeelding injectief of surjectief is, hangt dus af van het aangekondigde domein en codomein, niet alleen van het voorschrift.

Lees in het hoofdstuk →