Voor een scherpe hoek van een rechthoekige driehoek:
Deze verhoudingen hangen alleen van af, niet van de grootte van de driehoek (alle rechthoekige driehoeken met dezelfde scherpe hoek zijn schalingen van elkaar, volgens Thales).
Voorbeelden
Voorbeeld 69.6
In een rechthoekige driehoek meet de schuine zijde en is één hoek ; bereken de zijde die daar tegenover ligt. De verhouding waarin de overstaande zijde en de schuine zijde voorkomen, is de sinus:
Voor de aanliggende zijde gebruik je de cosinus: . Controle met Pythagoras: .