Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Goniometrische verhoudingen?

Definitie 69.3 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 69 — Goniometrie in de rechthoekige driehoek

Voor een scherpe hoek θ\theta van een rechthoekige driehoek:

cosθ=aanliggendschuine zijde,sinθ=overstaandschuine zijde,tanθ=overstaandaanliggend.\cos\theta = \frac{\text{aanliggend}}{\text{schuine zijde}}, \qquad \sin\theta = \frac{\text{overstaand}}{\text{schuine zijde}}, \qquad \tan\theta = \frac{\text{overstaand}}{\text{aanliggend}} .

Deze verhoudingen hangen alleen van θ\theta af, niet van de grootte van de driehoek (alle rechthoekige driehoeken met dezelfde scherpe hoek zijn schalingen van elkaar, volgens Thales).

De drie zijden gezien vanuit de hoek = B: de schuine zijde [BC], de aanliggende zijde [BA], de overstaande zijde [AC].
De drie zijden gezien vanuit de hoek θ=B^\theta = \widehat B: de schuine zijde [BC][BC], de aanliggende zijde [BA][BA], de overstaande zijde [AC][AC].

Voorbeelden

Voorbeeld 69.6

In een rechthoekige driehoek meet de schuine zijde 88 en is één hoek 3535^\circ; bereken de zijde die daar tegenover ligt. De verhouding waarin de overstaande zijde en de schuine zijde voorkomen, is de sinus:

sin35=overstaand8overstaand=8sin358×0.5744.6.\sin 35^\circ = \frac{\text{overstaand}}{8} \quad\Longrightarrow\quad \text{overstaand} = 8 \sin 35^\circ \approx 8 \times 0.574 \approx 4.6 .

Voor de aanliggende zijde gebruik je de cosinus: 8cos358×0.8196.68\cos 35^\circ \approx 8 \times 0.819 \approx 6.6. Controle met Pythagoras: 4.62+6.6221+4364=824.6^2 + 6.6^2 \approx 21 + 43 \approx 64 = 8^2.

Lees in het hoofdstuk →