Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Hoek?

Definitie 40.7 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 40 — Lijnen, cirkels en hoeken

Twee halfrechten [AB)[AB) en [AC)[AC) met hetzelfde beginpunt AA vormen de hoek BAC^\widehat{BAC}; het punt AA is zijn hoekpunt (altijd de middelste letter!). Hoeken meet je in graden (^\circ), van 00^\circ tot 360360^\circ voor een volle draai. Een hoek is:

  • recht als hij 9090^\circ meet;
  • scherp als hij minder dan 9090^\circ meet;
  • stomp als hij tussen 9090^\circ en 180180^\circ meet;
  • gestrekt als hij 180180^\circ meet (de twee halfrechten vormen dan een lijn).
De vier families hoeken. De rechte hoek (90) is het ijkpunt: scherp betekent kleiner, stomp betekent groter.
De vier families hoeken. De rechte hoek (9090^\circ) is het ijkpunt: scherp betekent kleiner, stomp betekent groter.

Voorbeelden

Voorbeeld 40.9

Schat voordat je meet! Een hoek die iets wijder openstaat dan de hoek van een blad papier, is iets meer dan 9090^\circ; de helft van een rechte hoek is 4545^\circ; een derde van een rechte hoek is 3030^\circ. Zegt je gradenboog 150150^\circ bij een hoek die scherp lijkt, dan heb je de verkeerde schaal gelezen: de juiste maat is 180150=30180^\circ - 150^\circ = 30^\circ.

Lees in het hoofdstuk →