Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Rest?

Ook bekend als: quotiënt

Definitie 17.3 Wiskunde basisschool en onderbouw · Hoofdstuk 17 — Verdelen en delen

2323 knikkers verdelen over 44 kinderen geeft 55 knikkers elk — en 33 knikkers die overblijven, te weinig voor nog een ronde. We schrijven

23=4×5+3,23 = 4 \times 5 + 3 ,

en zeggen: het quotiënt is 55, de rest is 33. De rest is altijd kleiner dan het aantal kinderen — anders zou er nog een ronde verdeeld kunnen worden.

23 verdelen over 4: na 5 ronden blijven er 3 knikkers over — te weinig voor een 6de ronde.
2323 verdelen over 44: na 55 ronden blijven er 33 knikkers over — te weinig voor een 66de ronde.

Voorbeelden

Voorbeeld 17.4

Deel 5858 door 77. Loop de tafel van 77 langs: 7×8=567 \times 8 = 56 is het grootste product dat onder 5858 blijft (7×9=637 \times 9 = 63 is te veel). Dus

58=7×8+2:58 = 7 \times 8 + 2 :

quotiënt 88, rest 22. Controle: 56+2=5856 + 2 = 58, en 2<72 < 7.

Voorbeeld 17.6

5858 leerlingen gaan kanoën, 77 per kano. 58=7×8+258 = 7 \times 8 + 2: acht kano’s zijn vol, en er blijven 22 leerlingen over — die hebben ook een kano nodig. Er moeten dus 99 kano’s worden gereserveerd.

Lees in het hoofdstuk →