knikkers verdelen over kinderen geeft knikkers elk — en knikkers die overblijven, te weinig voor nog een ronde. We schrijven
en zeggen: het quotiënt is , de rest is . De rest is altijd kleiner dan het aantal kinderen — anders zou er nog een ronde verdeeld kunnen worden.
Voorbeelden
Voorbeeld 17.4
Deel door . Loop de tafel van langs: is het grootste product dat onder blijft ( is te veel). Dus
Voorbeeld 17.6
leerlingen gaan kanoën, per kano. : acht kano’s zijn vol, en er blijven leerlingen over — die hebben ook een kano nodig. Er moeten dus kano’s worden gereserveerd.