Drie stralingen, benoemd voordat iemand wist wat ze waren:
- alfa (): een heliumkern die in haar geheel wordt uitgestoten — zwaar, dubbel geladen, tegengehouden door een vel papier of enkele centimeters lucht;
- bèta (): een elektron dat in de kern ontstaat en wordt uitgestoten — licht, snel, tegengehouden door enkele millimeters aluminium;
- gamma (): elektromagnetische straling, veel energierijker dan licht — nooit helemaal tegengehouden, alleen verzwakt: een centimeter lood absorbeert de helft.
Voorbeelden
Voorbeeld 19.11 (Een alfaverval)
Radium-226, het radium van de Curies, is een -straler: uit volgt en ; element is radon, dus — het radioactieve gas van slecht geventileerde kelders.
Voorbeeld 19.12 (Een bèta-minverval)
Koolstof-14 ligt boven de band ( neutronen tegen protonen): . Controle: en ; een neutron is een proton geworden plus het uitgestoten elektron — de zwakke wisselwerking aan het werk.