Materialen ontmoeten licht op drie manieren:
- doorzichtig: licht steekt vrijwel ongestoord over en houdt zijn orde — helder glas, stil water, lucht; beelden komen intact door;
- doorschijnend: licht steekt over, maar door elkaar gehusseld — matglas, calqueerpapier, een dun gordijn; helderheid komt door, beelden niet;
- ondoorzichtig: licht wordt tegengehouden — opgeslokt of teruggestrooid — hout, steen, metaal, je hand; achter een ondoorzichtig ding ligt schaduw.
Voorbeelden
Voorbeeld 49.9 (De drie ploegen van de architectuur)
Bouwers zetten alle drie met opzet in. Doorzichtig vensterglas: uitzicht en licht tegelijk. Doorschijnende badkamerruiten en matglazen kantoorwanden: daglicht binnen, privacy bewaard — helderheid zonder beelden is precies hun functieomschrijving. Ondoorzichtige muren en luiken: duisternis op afroep. Lampenkappen zijn doorschijnendheid in dienst van het comfort: de felle glans van de gloeidraad wordt door elkaar gehusseld tot een zachte, bronloze gloed.