Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Newtoniaanse viscositeit?

Definitie 4.1 Universitaire natuurkunde — jaar 2 · Hoofdstuk 4 — Viskeuze stromingen

In een vlakke afschuifstroming v=vx(y)ex\vect v = v_x(y)\,\vect e_x oefent het fluïdum boven een vlak y=y = const op het fluïdum eronder (door een oppervlakte-element  ⁣dS\dd S) de tangentiële kracht

 ⁣dF=η ⁣dvx ⁣dy ⁣dS  ex,\dd\vect F = \eta\,\frac{\dd v_x}{\dd y}\,\dd S\;\vect e_x ,

uit, waarmee het de tragere laag vooruittrekt en zelf wordt teruggetrokken. De schuifspanning is τ=η ⁣dvx/ ⁣dy\tau = \eta\,\dd v_x/\dd y; de coëfficiënt η\eta (eenheid Pas\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}) is de dynamische viscositeit van het fluïdum, en ν=η/ρ\nu = \eta/\rho (m2/s\mathrm{m}^{2}/\mathrm{s}) zijn kinematische viscositeit. Een fluïdum waarvoor η\eta niet van de afschuifsnelheid afhangt, heet newtoniaans: water, lucht, oliën, alcohol; bloed, verf, ketchup en polymeersmelten zijn het niet. Ordegrootten bij 20C20{}^{\circ}\mathrm{C}: lucht η=1.8×105Pas\eta = 1.8 \times 10^{-5}\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s} (ν=1.5×105m2/s\nu = 1.5 \times 10^{-5}\,\mathrm{m}^{2}/\mathrm{s}), water 1.0×103Pas1.0 \times 10^{-3}\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s} (ν=1.0×106m2/s\nu = 1.0 \times 10^{-6}\,\mathrm{m}^{2}/\mathrm{s}), olijfolie 0.08Pas0.08\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}, glycerol 1.5Pas1.5\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}, honing 10Pas\sim10\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}. Vloeistoffen worden dunner bij verwarming, gassen dikker.

Links: vlakke stroming van Couette tussen een vaste plaat en een plaat die met U beweegt — een lineair profiel, met dezelfde schuifspanning op elke laag. Rechts: de viskeuze krachten op een plakje fluïdum; zij heffen elkaar op tenzij het snelheidsprofiel gekromd is.
Links: vlakke stroming van Couette tussen een vaste plaat en een plaat die met UU beweegt — een lineair profiel, met dezelfde schuifspanning op elke laag. Rechts: de viskeuze krachten op een plakje fluïdum; zij heffen elkaar op tenzij het snelheidsprofiel gekromd is.

Voorbeelden

Voorbeeld 4.4 (Schuifspanning op een tafel)

Een oliefilm van 0.1mm0.1\,\mathrm{mm} (η=0.1Pas\eta = 0.1\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}) tussen een plaat en een tafel, met de plaat glijdend op 1m/s1\,\mathrm{m}/\mathrm{s}: τ=ηU/h=1kPa\tau = \eta U/h = 1\,\mathrm{kPa}, een kracht van 100N100\,\mathrm{N} op een tiende vierkante meter — het beginsel van het gesmeerde lager, waar de viskeuze weerstand de honderd keer grotere droge wrijving vervangt. Honing op een lepel, 10Pas10\,\mathrm{Pa}\,\mathrm{s}, 1mm1\,\mathrm{mm} dik, aflopend met 1mm/s1\,\mathrm{mm}/\mathrm{s}: τ=10Pa\tau = 10\,\mathrm{Pa}, precies het gewicht van een millimeter honing per oppervlakte-eenheid — en daarom loopt zij juist met die snelheid af.

Lees in het hoofdstuk →