Een golf die tussen de vaste uiteinden van een snaar opgesloten zit, kan zich vestigen als staande golf: een trilling ter plaatse, waarin roerloze punten — knopen — afwisselen met punten van maximale uitslag — buiken. Er reist niets meer; de snaar trilt in een vast patroon.
Voorbeelden
Voorbeeld 21.19 (De a-snaar van een viool)
De a-snaar van een viool heeft en klinkt op : golven lopen er met overheen — bepaald door spanning en massa, gestemd met de stemschroef. Een vinger erop drukken verkort en tilt elke tegelijk op: het spectrum schuift omhoog.