Wrijving tussen oppervlakken die elkaar raken, werkt hun onderling glijden tegen. De statische wrijving werkt zolang ze niet glijden en stelt zichzelf tot een maximum in om op te heffen wat het glijden probeert te beginnen; de kinetische wrijving, zodra het glijden begonnen is, is ruwweg constant, gericht tegen het glijden in, en meestal zwakker dan het statische maximum.
Voorbeelden
Voorbeeld 16.13 (De kast verschuiven)
Duw zachtjes tegen een kast: hij beweegt niet — de statische wrijving heft je op. Duw harder: bij zo’n schiet hij in beweging en schuift daarna met minder moeite door — de zwakkere kinetische wrijving heeft het overgenomen.