Het vermogen is de snelheid waarmee energie stroomt, , gemeten in watt (), met . Energie is een hoeveelheid, vermogen een stroom — een badkuip tegenover haar kraan.
Voorbeelden
Voorbeeld 9.16 (Waterkoker tegen mens)
Een waterkoker van die draait, verbruikt . Een mens draait op ongeveer voedsel per dag, gemiddeld : je staat stationair te draaien als een felle ouderwetse gloeilamp.