Stoffen verschillen enorm in hoe snel ze warmte erdoorheen laten stromen. Een warmtegeleider is een snelle rijstrook — metalen bovenal. Een warmte-isolator is een trage rijstrook: hout, wol, plastic, veren — en de kampioen, stilstaande lucht, zo opgesloten dat ze niet kan wervelen. (De woorden zijn met opzet geleend van de geleiders en isolatoren van de elektriciteit; de twee eigenschappen gaan vaak, maar niet altijd, samen.)
Voorbeelden
Voorbeeld 34.5 (Het glijbaanraadsel, opgelost)
De metalen glijbaan en de houten bank brachten de nacht door op dezelfde kille temperatuur — de thermometer zwoer het lang geleden al. Raak ze aan: jouw hand is warmer dan allebei, dus stroomt er warmte van jou in elk van beide. Maar het metaal is een snelle rijstrook — het rukt jouw warmte in één ruk weg, en die ruk is wat “ijskoud” aanvoelt. Het hout neemt jouw warmte alleen in een straaltje aan: nauwelijks koel. Je huid mat nooit temperatuur — ze meet de snelheid van haar eigen warmteverlies. Zaak gesloten, na vier jaar.