Afbraak is het uiteenvallen van dode organische stof (strooisel, dood hout, kadavers, mest) door detritivoren en reducenten tot koolstofdioxide, water en minerale ionen — mineralisatie. Het tempo hangt af van de temperatuur, het vocht, de zuurstof en de kwaliteit van het strooisel (het stikstofgehalte, de lignine): een blad verdwijnt in een jaar in een warm, nat bos, in tien jaar onder naaldbomen op een koude helling, in millennia in een veen. De vrijkomende minerale ionen worden opnieuw door wortels en microben opgenomen, en in een volgroeid ecosysteem draagt deze inwendige kringloop het grootste deel van de voedingsstoffenstroom: de aanvoer uit verwering en regen en de afvoer in het beekwater zijn er klein bij. Een voedingsstoffenbalans vergelijkt de aanvoer, de afvoer en de inwendige voorraden van één element voor een afgebakend ecosysteem; de biogeochemische kringlopen op de schaal van de planeet komen in het deel van jaar 2 aan bod.