De krebscyclus (citroenzuurcyclus) in de mitochondriale matrix condenseert acetyl-CoA (C2) met oxaalacetaat (C4) tot citraat (C6) en oxideert in acht stappen de twee koolstoffen tot terwijl hij het oxaalacetaat herstelt. Per acetylgroep: 3 NADH, 1 , 1 GTP (door substraatfosforylering) en 2 . Per glucose (twee acetylgroepen): 6 NADH, 2 , 2 GTP, 4 — wat met de 2 van het pyruvaatdehydrogenase de zes van de totaalvergelijking oplevert. In de cyclus zelf wordt geen zuurstof verbruikt; hij loopt alleen zolang de ademhalingsketen zijn NADH weer oxideert. Hij is ook amfibool: zijn tussenproducten worden voor de opbouw afgetapt (Hoofdstuk 16) en uit aminozuren en pyruvaat aangevuld.
Voorbeelden
Voorbeeld 15.7 (De koolstoffen volgen)
Geef een cel glucose die op koolstof 1 met is gemerkt: het merk verschijnt in de methylkoolstof van pyruvaat, daarna in die van acetyl-CoA, komt in citraat terecht, en vertrekt pas in de tweede of derde ronde van de cyclus als — de twee koolstoffen die in een gegeven ronde vrijkomen horen bij het oxaalacetaat van de vorige. Krebs (1937) leidde de cyclus af uit de waarneming dat katalytische hoeveelheden van elk van zijn zuren de oxidatie van veel meer pyruvaat aanwakkerden dan zij zelf konden verklaren: zij werden telkens hersteld.