Een enzym is een eiwit dat door een levend organisme gemaakt wordt en dat één reactie van zijn chemie katalyseert. Enzymen zijn zeer efficiënt en zeer specifiek: elk past maar op een paar moleculen, en ze werken het best binnen een smal gebied van temperatuur en zuurgraad.
Voorbeelden
Voorbeeld 42.8 (Katalase)
Waterstofperoxide ontstaat in cellen als bijproduct, en is schadelijk voor ze. Het enzym katalase, dat in bloed, lever en veel plantenweefsels voorkomt, ontleedt het met enorme snelheid in water en zuurstof: dat is het schuim op een geschaafde knie, of op een plakje rauwe aardappel. Gekookte aardappel geeft geen schuim: het verwarmen heeft de vorm van het enzym vernietigd.