Een mengsel is een homogeen mengsel als je de verschillende delen met het oog niet van elkaar kunt onderscheiden, zelfs niet met een vergrootglas: het ziet er overal hetzelfde uit. Het is een heterogeen mengsel als je minstens twee verschillende delen kunt zien.


Voorbeelden
Voorbeeld 8.6 (Vier mengsels)
Zout water en lucht zijn homogeen: je ziet hun delen niet. Olie op water is heterogeen: twee lagen. Modderwater is heterogeen: er zweven korreltjes in die bezinken. Sinaasappelsap met vruchtvlees is heterogeen: je ziet de stukjes vruchtvlees.
Voorbeeld 8.11 (Vier soorten water)
- Gedestilleerd water, gemaakt in een laboratorium, is bijna precies een zuivere stof: water en verder niets.
- Kraanwater is een homogeen mengsel: water met kleine hoeveelheden opgeloste stoffen (een druppel die op een donker bord opdroogt, laat een wit kringetje achter).
- Mineraalwater is een homogeen mengsel waarvan het etiket de opgeloste stoffen vermeldt, in milligram per liter.
- Zeewater is een homogeen mengsel met ongeveer zouten per kilogram.