Een omkeerbare verandering is een verandering die je kunt terugdraaien, zodat je precies terugkrijgt waar je mee begon.
Voorbeelden
Voorbeeld 6.2 (Oplossen en opdrogen)
Suiker die je door water roert, lost op. Laat het water verdampen, en de suiker komt terug: dezelfde suiker, net zo zoet als eerst. Oplossen is een omkeerbare verandering.
Voorbeeld 6.3 (IJs en water)
Een ijsblokje smelt op een warm bord tot water; zet het water in de vriezer, en het wordt weer ijs. Smelten en bevriezen zijn omkeerbare veranderingen. (Waarom water smelt en bevriest, staat in het natuurkundeboek.)
Voorbeeld 6.4 (Mengen)
Zand dat met grind gemengd is, kun je weer uit elkaar zeven; modderwater kun je filtreren. Mengen is een omkeerbare verandering: er ontstaat niets nieuws, en de delen kunnen weer gescheiden worden (Hoofdstuk 3).