De elektronen van een atoom zijn verdeeld over schillen, genummerd van de kern naar buiten; hoe hoger , hoe verder van de kern en hoe minder sterk de elektronen vastgehouden worden. Elke schil is verdeeld in subschillen die een letter als naam hebben: schil 1 heeft een s-subschil (1s), schil 2 een s- en een p-subschil (2s, 2p), schil 3 heeft 3s en 3p (en 3d, die later aan bod komt). Een s-subschil bevat hoogstens 2 elektronen, een p-subschil hoogstens 6. De elektronenconfiguratie van een atoom somt de bezette subschillen op met hun aantal elektronen als exponent: voor zuurstof.
Voorbeelden
Voorbeeld 23.4 (Valentie-elektronen tellen)
Zuurstof, : buitenste schil , valentie-elektronen. Natrium, : 1 valentie-elektron. Chloor, : 7. Neon, : 8, een volle schil.