Een binaire relatie op een verzameling heet een equivalentierelatie wanneer ze reflexief is ( voor alle ), symmetrisch () en transitief (uit en volgt ). De equivalentieklasse van is .
Voorbeelden
Voorbeeld 1.30 (De drie axioma’s nagaan)
Verklaar op dat wanneer . Reflexief: . Symmetrisch: is , dan is . Transitief: zijn en , dan is (een som van gehele getallen). Dus is een equivalentierelatie, en : elke klasse bevat precies één vertegenwoordiger in , haar fractioneel deel. De relatie “” op daarentegen is wel reflexief en symmetrisch, maar niet transitief ( en , terwijl ): nabijheid plant zich niet voort, en een partitie in klassen bestaat niet — een nuttig tegenvoorbeeld om bij de hand te houden wanneer het nagaan van de axioma’s routine begint te lijken.
Voorbeeld 1.32
Op is de congruentie modulo ( wanneer het getal deelt) een equivalentierelatie; haar klassen zijn de verzamelingen van gehele getallen met een gegeven rest bij deling door . Dit voorbeeld wordt de ring in Hoofdstuk 7.