f heet lokaal lipschitz in x als elk punt van U een omgeving V en een constante L heeft met ∥f(t,x1)−f(t,x2)∥≤L∥x1−x2∥ voor (t,x1),(t,x2)∈V. Is f C1 (of bestaat enkel ∂xf en is die continu), dan is ze lokaal lipschitz in x: op een compacte convexe omgeving met de middelwaardeongelijkheid en L=sup∣∣∣∂xf∣∣∣.