Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is torsie?

Definitie 3.11 Universitaire wiskunde — Bachelor jaar 3 · Hoofdstuk 3 — Modulen over een hoofdideaaldomein

Zij AA een domein en MM een AA-moduul. Het torsiedeelmoduul is

T(M)={xM:ax=0 voor zekere a0}T(M) = \{x \in M : ax = 0 \text{ voor zekere } a \neq 0\}

(een deelmoduul: uit ax=by=0ax = by = 0 volgt ab(x+y)=0ab(x + y) = 0 met ab0ab \ne 0). MM heet torsievrij als T(M)=0T(M) = 0, en een torsiemoduul als T(M)=MT(M) = M.

Voorbeelden

Voorbeeld 3.2

De drie motiverende gevallen.

  1. A=KA = K een lichaam: modulen zijn vectorruimten.
  2. A=ZA = \Z: modulen zijn precies de abelse groepen (nxnx is gedwongen x++xx + \dots + x), deelmodulen zijn deelgroepen.
  3. A=K[X]A = K[X]: een moduul is een KK-vectorruimte VV samen met de KK-lineaire afbeelding u ⁣:xXxu\colon x \mapsto X\cdot x — en omgekeerd wordt elk paar (V,u)(V, u) met uL(V)u \in \mathcal L(V) een K[X]K[X]-moduul via Px=P(u)(x)P \cdot x = P(u)(x). De deelmodulen zijn precies de uu-invariante deelruimten.

Een ideaal van AA is precies een deelmoduul van AA; een quotiëntring A/IA/I is een AA-moduul. Anders dan vectorruimten kunnen modulen torsie hebben: in Z/6Z\Z/6\Z wordt het element 3ˉ0\bar 3 \ne 0 vernietigd door 202 \neq 0.

Lees in het hoofdstuk →