Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Beschrijving van Lagrange en van Euler?

Definitie 2.2 Universitaire natuurkunde — jaar 2 · Hoofdstuk 2 — Kinematica van fluïda

De beschrijving van Lagrange volgt elk fluïdumdeeltje: zijn plaats r(t)\vect r(t) en zijn snelheid  ⁣dr/ ⁣dt\dd\vect r/\dd t als functies van de tijd en van zijn beginplaats. De beschrijving van Euler geeft, in elk vast punt MM en op elk tijdstip tt, de snelheid v(M,t)\vect v(M, t) van het deeltje dat op dat ogenblik door MM komt. Een baanlijn is de baan van een deeltje; een stroomlijn op het tijdstip tt is een kromme die in elk punt raakt aan v(M,t)\vect v(M, t); een stroombuis is het oppervlak dat de stroomlijnen door een gesloten kromme vormen. Een stroming is stationair wanneer de velden van Euler niet van de tijd afhangen, v/t=0\partial\vect v/\partial t = \vect 0; stroomlijnen en baanlijnen vallen dan samen en liggen vast.

Links: een stationaire samentrekkende stroming — de stroomlijnen liggen vast, een gemerkt deeltje volgt er één van en versnelt waar de buis nauwer wordt. Rechts: de beschrijving van Euler tekent de snelheidsvector in vaste punten op; die van Lagrange volgt een deeltje langs zijn baanlijn.
Links: een stationaire samentrekkende stroming — de stroomlijnen liggen vast, een gemerkt deeltje volgt er één van en versnelt waar de buis nauwer wordt. Rechts: de beschrijving van Euler tekent de snelheidsvector in vaste punten op; die van Lagrange volgt een deeltje langs zijn baanlijn.

Voorbeelden

Voorbeeld 2.3 (Twee beschrijvingen van één stroming)

Water in een tuinslang met doorsnede SS en debiet QQ beweegt overal met v=Q/Sv = Q/S: het veld van Euler is uniform en de beweging van elk deeltje in de zin van Lagrange is eenparig. In het toelopende mondstuk is het veld van Euler nog altijd stationair, maar neemt vv langs de as toe: elk deeltje versnelt tijdens de doorgang, terwijl er in geen enkel vast punt iets met de tijd verandert. Dat is het eerste wat de beschrijving van Euler moet leren uitdrukken.

Voorbeeld 2.15 (Drie vlakke stromingen)

(i) Stuwpuntstroming v=k(x,y)\vect v = k(x, -y): divv=0\operatorname{div}\vect v = 0, ω=0\vect\omega = \vect 0, φ=12k(x2y2)\varphi = \tfrac12k(x^2 - y^2); stroomlijnen xy=xy = const, hyperbolen — een straal die een wand treft, dicht bij de as. (ii) Puntwervel v=Γ2πreθ\vect v = \dfrac{\Gamma}{2\pi r}\vect e_\theta (vlakke poolcoördinaten): onsamendrukbaar en overal rotatievrij behalve in r=0r = 0, φ=Γθ/2π\varphi = \Gamma\theta/2\pi (meerwaardig), en de circulatie op elke cirkel om het middelpunt is Γ\Gamma — de vorticiteit zit geconcentreerd op de as. (iii) Wervel van Rankine: een kern r<ar < a die als star lichaam draait, vθ=Ωrv_\theta = \Omega r (vorticiteit 2Ω2\Omega), aangesloten op de puntwervel vθ=Ωa2/rv_\theta = \Omega a^2/r daarbuiten: het model van een tornado, van een draaikolk in het bad of van de wervel achter de brugpijler — de snelheid is maximaal aan de rand van de kern.

Lees in het hoofdstuk →