Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Complexe amplitude?

Definitie 8.2 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 8 — Het sinusoïdale regime en de impedantie

Aan de sinus x(t)=Xcos(ωt+φ)x(t) = X\cos(\omega t + \varphi) koppelt men het complexe signaal x(t)=Xej(ωt+φ)\underline{x}(t) = X\eu^{j(\omega t + \varphi)}, zodat x=Re(x)x = \Rea(\underline{x}), en de complexe amplitude

X=Xejφ,x(t)=Xejωt,\underline{X} = X\eu^{j\varphi}, \qquad \underline{x}(t) = \underline{X}\,\eu^{j\omega t},

die de amplitude X=XX = \abs{\underline{X}} en de fase φ=argX\varphi = \arg\underline{X} draagt. Hier staat jj voor de imaginaire eenheid, j2=1j^2 = -1, want de letter ii is voor stromen gereserveerd. Getekend als vector met lengte XX onder hoek φ\varphi is X\underline{X} een fasor (Fresnel-vector).

Voorbeelden

Voorbeeld 8.4 (Twee sinussen optellen)

3cosωt+4sinωt3\cos\omega t + 4\sin\omega t: de complexe amplitudes zijn 33 en 4ejπ/2=4j4\eu^{-j\pi/2} = -4j (want sinωt=cos(ωtπ/2)\sin\omega t = \cos(\omega t - \pi/2)); hun som 34j3 - 4j heeft modulus 55 en argument 0.927 rad-0.927\ \mathrm{rad}: 5cos(ωt0.927)5\cos(\omega t - 0.927). Geen enkele goniometrische identiteit nodig.

Lees in het hoofdstuk →