Dichte, hete materie — de gloeidraad van een lamp, gesmolten staal, het oppervlak van een ster — gloeit, en haar licht bevat elke golflengte over een breed gebied: een ononderbroken kleurenband waarin niets ontbreekt. Zo’n spectrum is een continu spectrum. Het draagt geen enkel spoor van de scheikundige aard van het lichaam: een witgloeiende ijzeren staaf en een witgloeiende koperen staaf gloeien gelijk. Wat het wél codeert — en volledig — is de temperatuur.
Voorbeelden
Voorbeeld 2.9 (De temperatuur van de Zon opmeten)
Het continue spectrum van de Zon is het felst rond . De wet van Wien geeft haar oppervlaktetemperatuur:
ongeveer — gemeten van miljoen kilometer afstand, met een prisma en een deling.