Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Gloeiende bronnen?

Ook bekend als: gloeiing

Definitie 11.12 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 11 — Kleur en lichtbronnen

Een bron die licht geeft omdat ze heet is — een vlam, een gloeidraad, een ster — schijnt door gloeiing. Haar spectrum is het continue warmtespectrum uit Hoofdstuk 2, en de piek ervan gehoorzaamt aan de wet van Wien (Propositie 2.7),

λmax×T=2.90×103mK,\lambda_{\max} \times T = 2.90 \times 10^{-3}\,\mathrm{m}\,\mathrm{K},

vanaf nu ons rekengereedschap: piek gemeten, temperatuur bekend.

Warmtespectra bij 6000\, K en 3000\, K, met de pieken _ gestippeld bij 483 en 967\, nm; de koelere kromme, twaalf keer vergroot, zou anders tegen de as aan kruipen.
Warmtespectra bij 6000K6000\,\mathrm{K} en 3000K3000\,\mathrm{K}, met de pieken λmax\lambda_{\max} gestippeld bij 483483 en 967nm967\,\mathrm{nm}; de koelere kromme, twaalf keer vergroot, zou anders tegen de as aan kruipen.

Voorbeelden

Voorbeeld 11.13 (Een zeer inefficiënte lamp)

Een wolfraamgloeidraad op T=2700KT = 2700\,\mathrm{K} piekt bij λmax=2.90×103mK/2700K=1.07×106m=1070nm\lambda_{\max} = 2.90 \times 10^{-3}\,\mathrm{m}\,\mathrm{K}/2700\,\mathrm{K} = 1.07 \times 10^{-6}\,\mathrm{m} = 1070\,\mathrm{nm}, diep in het infrarood: het grootste deel van het elektrisch vermogen vertrekt als onzichtbare straling, slechts ongeveer 5%5\% als licht — de gloeilamp was vooral een kacheltje.

Lees in het hoofdstuk →