Een maansverduistering vindt plaats wanneer de Maan de schaduwkegel van de Aarde in vaart: de volle maan verduistert — vaak tot een diepe koperen gloed — een uur of langer, tegelijk zichtbaar voor de hele nachthelft van de wereld. Deze keer zijn wij de blokkeerders, en staat de Maan in onze kernschaduw.
Voorbeelden
Voorbeeld 50.6 (Waarom zo zeldzaam?)
Er is elke maand nieuwe maan — waarom dan niet elke maand een zonsverduistering? Omdat de omloopbaan van de Maan scheef staat, met ongeveer vijf graden, ten opzichte van het pad van de Aarde om de Zon. De meeste maanden gaat de nieuwe maan boven of onder de lijn Zon–Aarde door, en boort haar schaduw onschadelijk de ruimte in. Alleen wanneer een nieuwe maan precies samenvalt met het kruisen van het uitlijningsvlak komen de drie werelden op één lijn — een paar keer per jaar ergens op Aarde, en voor een bepaalde stad is totaliteit een bezoeker van eens in de mensenlevens.
Voorbeeld 50.7 (Het toeval dat totaliteit mogelijk maakt)
Je sportveldmodel vond het al: de Zon is ongeveer keer zo breed als de Maan — en staat ongeveer keer zo ver. De twee schijven komen daarom aan de hemel bijna precies overeen, zodat de Maan de Zon maar net kan bedekken: totaliteit is kort en haar kernschaduwvlek klein. Staat de Maan aan het verre uiteinde van haar licht ovale omloopbaan, dan schiet haar schijf tekort en omzoomt een brandende ring Zon de zwarte Maan — een ringvormige verduistering, prachtig en nooit veilig om onbeschermd te bekijken.