De ordegrootte van een grootheid is de macht van tien die er het dichtst bij ligt: schrijf de grootheid als met en neem als , en als . (De precieze grensafspraak doet er nooit toe: een uitspraak over ordegrootte geldt sowieso maar op een factor tien na.)
Voorbeelden
Voorbeeld 1.12 (Ordegrootten)
Een mensenleven duurt ongeveer jaar, dus : ordegrootte — een paar miljard seconden, besteed ze goed. Een mens is lang: orde . De Mount Everest, : orde , want .