Een primaire lichtbron maakt haar eigen licht: de Zon en de sterren, vlammen, gloeiende gloeidraden, het witgloeiende staal van de smidse, glimwormen, de bliksem. Haar licht bestaat of er nu iets anders schijnt of niet — zet de wereld uit, en een primaire bron gloeit nog steeds.
Voorbeelden
Voorbeeld 49.4 (Het dossier van de Maan, gesloten)
Het oordeel uit je kindertijd heeft nu zijn officiële woorden: de Maan is geen primaire lichtbron; ze is een verstrooiend voorwerp ter grootte van een planeet — grijs gesteente dat zonlicht in alle richtingen strooit, de onze inbegrepen. Maanlicht is dus tweedehands zonneschijn, en de “donkere kant” is gewoon de helft waarvan het dossier op dat moment geen licht bevat om door te geven.