De schijngestalten van de Maan zijn haar schijnbare vormen in de loop van de maand: nieuwe maan (dagkant helemaal weggedraaid — we zien niets), sikkel, eerste kwartier (de halve schijf verlicht), gibbeus (meer dan de helft), volle maan (dagkant helemaal naar ons toe gekeerd), dan weer gibbeus, laatste kwartier en opnieuw sikkel, waarmee de kringloop in ongeveer dagen sluit. Van nieuw naar vol groeit het verlichte deel nacht na nacht: de Maan is wassend; van vol terug naar nieuw krimpt het: afnemend.
Voorbeelden
Voorbeeld 51.5 (Verduistering tegenover schijngestalte)
Houd de twee maanverduisteringen in aparte laden. Schijngestalte: de trage maandelijkse kringloop, de eigen nachtkant van de Maan die zich naar ons toe draait — geen schaduw van ons in het spel. Maansverduistering: een zeldzaam uur waarin de volle Maan onze kernschaduw kruist — de schaduw van de Aarde die werkelijk op haar valt, koperkleurig en snel. Het ritme van het dagboek is een uitzicht; de verduistering is een bezoek.
Voorbeeld 51.6 (Waar de schijngestalten hun uren houden)
De tekening legt elke schijngestalte vast op een positie — en elke positie op een rooster. De volle Maan staat tegenover de Zon: ze moet bij zonsondergang opkomen, de hele nacht regeren en bij zonsopgang ondergaan. De nieuwe Maan reist met de Zon mee: de hele dag boven, verloren in de felheid — en daarom “ziet” niemand een nieuwe maan. Het eerste kwartier loopt een kwartslag achter de Zon aan: het komt rond het middaguur op en gaat rond middernacht onder — de Maan van na het avondeten. De oude verrassing van de daglichtmaan uit je kindertijd is nu een dienstregeling: elke Maan die niet nieuw en niet vol is, deelt een deel van haar dienst met de Zon.
Voorbeeld 51.7 (Welke kant wijst de sikkel op?)
De verlichte kant van elke schijngestalte is naar de Zon gekeerd — de sikkel is een boog die op zijn schutter is gericht. Avondsikkel in het westen: horens omhoog en weg van de zonsonderganggloed onder de horizon. De hemel tekent het nooit fout; schilders vaak wel. Een sikkel met zijn horens naar de Zon is de lievelingsfout van de sterrenkunde.