Een viervector is een viertal aμ=(a0,a), μ=0,1,2,3, waarvan de componenten onder een boost precies zo mengen als (ct,r):
a′0=γ(a0−βa1),a′1=γ(a1−βa0),a′2,3=a2,3
voor een boost met βc langs x. Elk tweetal viervectoren geeft het invariante scalair product a⋅b=a0b0−a⋅b, in elk stelsel hetzelfde getal — het patroon achter c2t2−x2 en E2−p2c2. De positie (ct,r) en de viererimpuls(E/c,p) hebben we al; het elektromagnetisme levert er nu drie bij: stroom, potentiaal en golfvector.