De celcyclus is de opeenvolging van gebeurtenissen van de geboorte van een cel, door deling, tot haar eigen deling in tweeën. Zij omvat de interfase, waarin de cel groeit en haar DNA kopieert, en de M-fase, waarin eerst de kern zich deelt (de mitose) en daarna het cytoplasma (de cytokinese). De interfase bestaat uit drie delen: (groei), S (DNA-replicatie, Hoofdstuk 11) en (voorbereiding op de deling).
Voorbeelden
Voorbeeld 12.3 (De kromme lezen)
Een cel die op wordt gemeten, kan in of in het begin van de mitose zijn; op is zij zeker in S, halverwege de replicatie; op is zij in — of zij heeft de cyclus voorgoed verlaten, zoals een zenuwcel of een spiervezel, die hun leven lang op blijven. Een weefsel waarin elke cel op staat, is een weefsel dat is opgehouden met delen.
Voorbeeld 12.6 (Tellen in de wortelpunt)
Van 600 getelde cellen in een wortelpunt zijn er 540 in interfase en 60 in mitose: een mitose-index van 10%. Duurt de cyclus 20 uur, dan duurt de mitose ongeveer ; en zijn 36 van de 60 delende cellen in profase, dan neemt de profase van die twee uur in beslag, zo’n 72 minuten, terwijl de anafase, in slechts 4 cellen gezien, ongeveer 8 minuten duurt. Het zeldzaamste stadium is het snelste.