Biologie · Begrippenlijst

Wat is Skeletspier en pees?

Ook bekend als: skeletspier · pees

Definitie 9.4 Biologie bovenbouw · Hoofdstuk 9 — Spieren en gewrichten

Een skeletspier is een orgaan dat bestaat uit duizenden lange cellen, de spiervezels, in bundels bijeen; elke vezel wordt korter wanneer een zenuw haar prikkelt. Aan beide uiteinden versmalt de spier tot een pees, een streng niet-samentrekkend weefsel dat aan bot vastzit. Een spier kan alleen trekken, door korter te worden, en alleen in haar eigen richting: zij beweegt een gewricht door aan het bot erachter te trekken.

De onderarm als hefboom: de biceps trekt dicht bij het draaipunt, de last hangt er ver vandaan. F_ spier × d = F_ last × D, dus is de spierkracht D/d = 7 keer de last.
De onderarm als hefboom: de biceps trekt dicht bij het draaipunt, de last hangt er ver vandaan. Fspier×d=Flast×DF_{\text{spier}} \times d = F_{\text{last}} \times D, dus is de spierkracht D/d=7D/d = 7 keer de last.

Voorbeelden

Voorbeeld 9.7 (Een tas vasthouden)

Een tas van 5kg5\,\mathrm{kg} (gewicht 49N49\,\mathrm{N}) hangt aan de hand, op 35cm35\,\mathrm{cm} van de elleboog; de peesaanhechting van de biceps zit op 5cm5\,\mathrm{cm} daarvan. De biceps trekt met 49×35/5=343N49 \times 35/5 = 343\,\mathrm{N} — zeven keer de last, het gewicht van 35kg35\,\mathrm{kg} — en het ellebooggewricht wordt met ongeveer 300N300\,\mathrm{N} samengedrukt. Spieren, pezen en kraakbeen zijn voor die krachten gebouwd; wat hen beschadigt is een plotselinge kracht in de verkeerde richting, of een belasting die vaker wordt herhaald dan het weefsel kan herstellen.

Lees in het hoofdstuk →