Het energieverbruik van het lichaam, in joule, is de totale energie die zijn cellen in een gegeven tijd uit organische moleculen vrijmaken. Gedeeld door de tijd is het een metabool vermogen, in watt. In rust verbruikt een volwassene ongeveer — zo’n per dag — om het hart te laten kloppen, de hersenen te laten werken, de temperatuur op te houden en de cellen in leven te houden; dat is de basale stofwisseling. Elke bezigheid komt daar bovenop.
Voorbeelden
Voorbeeld 7.3 (Dagbudgetten)
Een leerling die in de klas zit, naar school loopt en slaapt, verbruikt ongeveer per dag; een uur voetbal voegt zo’n toe; een dag in de bergen met een rugzak, in totaal . Een wielrenner in een bergrit van een wedstrijd verbruikt en kan gedurende de dag niet genoeg eten om dat te dekken. De energie komt uit voedsel (Hoofdstuk 1): per gram koolhydraat of eiwit, per gram lipide.