Een matrixrepresentatie Γ van een puntgroep kent aan elke operatie R een vierkante matrix D(R) toe zodat D(R1R2)=D(R1)D(R2): producten van operaties worden producten van matrices. Het karakter χ(R) van R in Γ is het spoor van D(R).
Voorbeelden
Voorbeeld 4.21 (De coördinaten van C3v)
Voor C3 om z is D=(cos120∘sin120∘0−sin120∘cos120∘0001), met spoor 2cos120∘+1=0; voor σv(xz) is D=diag(1,−1,1), met spoor 1; voor E is het spoor 3. De karakters van deze representatie zijn (3,0,1) op de klassen (E,2C3,3σv). Elke matrix is blokdiagonaal, met een 2×2-blok voor (x,y) en een 1×1-blok voor z: de representatie valt uiteen in twee kleinere.