Definitie 15.3Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 15 — Vectoren en rechten in het vlak
Twee vectoren heten collineair wanneer de ene een scalair veelvoud van de andere is: v=λu voor een zekere λ∈R (of u=0). Meetkundig: ze hebben dezelfde richting, of een van beide is nul.
Voorbeelden
Voorbeeld 15.6
u(3,−2) en v(−6,4): det=3×4−(−6)×(−2)=12−12=0, dus collineair (en inderdaad is v=−2u). u(3,−2) en w(2,1): det=3+4=7=0, dus niet collineair.