Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Doorsnede, vereniging, complement?

Ook bekend als: complement · onverenigbaar

Definitie 9.5 Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 9 — Kansrekening en steekproeven

Zij AA en BB gebeurtenissen.

  • ABA \cap B (“AA en BB”) doet zich voor wanneer beide zich voordoen;
  • ABA \cup B (“AA of BB”) doet zich voor wanneer minstens één zich voordoet;
  • het complement Aˉ\bar A (“niet AA”) doet zich precies voor wanneer AA zich niet voordoet;
  • AA en BB heten onverenigbaar wanneer ze zich niet samen kunnen voordoen: AB=A \cap B = \varnothing.
Twee overlappende gebeurtenissen: in (A) + (B) wordt de gearceerde doorsnede A ∩ B twee keer geteld, wat de aftrekking in de somregel verklaart.
Twee overlappende gebeurtenissen: in P(A)+P(B)\P(A) + \P(B) wordt de gearceerde doorsnede ABA \cap B twee keer geteld, wat de aftrekking in de somregel verklaart.

Voorbeelden

Voorbeeld 9.7

Trek één kaart uit een standaardspel van 5252 kaarten. Zij AA: “de kaart is een harten” (1313 kaarten) en BB: “de kaart is een heer” (44 kaarten). Dan is ABA \cap B “hartenheer” (11 kaart), en

P(AB)=1352+452152=1652=413.\P(A \cup B) = \frac{13}{52} + \frac{4}{52} - \frac{1}{52} = \frac{16}{52} = \frac{4}{13}.

De complementregel is vaak de snelste weg: de kans dat de kaart geen harten is, is 11352=341 - \frac{13}{52} = \frac34.

Voorbeeld 9.9

Een urne bevat 33 rode en 22 blauwe ballen. Trek één bal, leg hem terug en trek opnieuw. Elke trekking geeft rood (R) met kans 35\frac35 en blauw (B) met kans 25\frac25.

Het boomdiagram van twee trekkingen met teruglegging. De vier padkansen tellen op tot 1.
Het boomdiagram van twee trekkingen met teruglegging. De vier padkansen tellen op tot 11.

De kans om twee ballen van dezelfde kleur te krijgen is P(RR)+P(BB)=925+425=1325\P(\text{RR}) + \P(\text{BB}) = \frac{9}{25} + \frac{4}{25} = \frac{13}{25}; de kans op minstens één blauwe is 1P(RR)=1925=16251 - \P(\text{RR}) = 1 - \frac{9}{25} = \frac{16}{25} (complementregel).

Lees in het hoofdstuk →