De gemiddelde snelheid van een tocht is het quotiënt
in kilometer per uur (km/h), meter per seconde (m/s), … De formule draait om: en .
Voorbeelden
Voorbeeld 61.2
Een trein legt km af in h min. Zet eerst de tijd om: h min h. Dan is
Afstand bij km/h tijdens h min h: km. Tijd voor km bij km/h: h h min.
Voorbeeld 61.6 (Debiet, prijs per kilo, verbruik)
De snelheid heeft veel neefjes, die je alle op dezelfde manier behandelt:
- een kraan vult L in min: debiet L/min, dus duurt het vullen van een kuip van L min;
- kg kaas kost euro: prijs euro per kg;
- een auto gebruikt L voor km: verbruik L per km.
Zoek het quotiënt, en de drieledige formule (, , ) doet de rest.
Voorbeeld 61.9 (Gemiddelde snelheid over twee stukken)
Een wielrenner rijdt km bij km/h, en daarna km bij km/h. De gemiddelde snelheid over de hele tocht is niet km/h. Reken met de definitie:
- tijden: h, en daarna h; samen h;
- totale afstand km, dus is km/h.
Het langzame stuk duurt langer, en weegt dus zwaarder — een gemiddelde van snelheden moet gewogen worden met de tijd.