Van de grafiek af te lezen: f stijgt van f(−2)=−1.5 tot haar maximumf(1)=3, en daalt daarna tot f(4)=−1.5. Haar verlooptabel is
x
−2
1
4
f
−1.5
↗
3
↘
−1.5
Voorbeeld 3.11(Een verloop bewijzen)
Toon aan dat f(x)=3x+1 strikt stijgend is op R. Neem willekeurige u<v en vergelijk de beelden:
f(v)−f(u)=(3v+1)−(3u+1)=3(v−u)>0,
want v−u>0. Dus f(u)<f(v): de functie is strikt stijgend. Dezelfde berekening met een negatieve richtingscoëfficiënt, bijvoorbeeld g(x)=−2x+5, geeft g(v)−g(u)=−2(v−u)<0: strikt dalend.