Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Stijgend, dalend?

Ook bekend als: stijgende functie · dalende functie

Definitie 3.8 Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 3 — Functies

Zij ff gedefinieerd op een interval II.

  • ff is stijgend op II wanneer voor alle u,vIu, v \in I uit u<vu < v volgt dat f(u)f(v)f(u) \leq f(v): de uitvoer groeit mee met de invoer, en de grafiek klimt van links naar rechts.
  • ff is dalend op II wanneer uit u<vu < v volgt dat f(u)f(v)f(u) \geq f(v): de grafiek zakt van links naar rechts.

Met strikte ongelijkheden f(u)<f(v)f(u) < f(v) (respectievelijk >>) spreken we van strikt stijgend (respectievelijk dalend).

Voorbeelden

Voorbeeld 3.10

Bekijk de functie waarvan de grafiek hieronder op [2,4]\intcc{-2}{4} getekend staat.

Een functie gedefinieerd op [-2, 4], eerst stijgend, dan dalend.
Een functie gedefinieerd op [2,4]\intcc{-2}{4}, eerst stijgend, dan dalend.

Van de grafiek af te lezen: ff stijgt van f(2)=1.5f(-2) = -1.5 tot haar maximum f(1)=3f(1) = 3, en daalt daarna tot f(4)=1.5f(4) = -1.5. Haar verlooptabel is

xx2-21144
ff1.5-1.5\nearrow33\searrow1.5-1.5

Voorbeeld 3.11 (Een verloop bewijzen)

Toon aan dat f(x)=3x+1f(x) = 3x + 1 strikt stijgend is op R\R. Neem willekeurige u<vu < v en vergelijk de beelden:

f(v)f(u)=(3v+1)(3u+1)=3(vu)>0,f(v) - f(u) = (3v + 1) - (3u + 1) = 3(v - u) > 0,

want vu>0v - u > 0. Dus f(u)<f(v)f(u) < f(v): de functie is strikt stijgend. Dezelfde berekening met een negatieve richtingscoëfficiënt, bijvoorbeeld g(x)=2x+5g(x) = -2x + 5, geeft g(v)g(u)=2(vu)<0g(v) - g(u) = -2(v-u) < 0: strikt dalend.

Lees in het hoofdstuk →
Definitie 11.4 Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 11 — Functies en hun verloop

Zij ff gedefinieerd op een interval II. De functie ff heet stijgend op II wanneer ze de orde behoudt:

voor alle u,vI:u<v    f(u)f(v),\text{voor alle } u, v \in I: \quad u < v \implies f(u) \leq f(v),

en dalend wanneer ze de orde omkeert (u<v    f(u)f(v)u < v \implies f(u) \geq f(v)). Met strikte ongelijkheden rechts heet ff strikt stijgend (respectievelijk dalend). Een functie die op II stijgend of dalend is, heet monotoon op II.

Voorbeelden

Voorbeeld 11.10

Bestudeer f(x)=x2+1f(x) = \sqrt{x^2 + 1} op R\R. De binnenfunctie u(x)=x2+1u(x) = x^2 + 1 is positief, dalend op (,0]\intoc{-\infty}{0} en stijgend op [0,+)\intco{0}{+\infty} (een verschoven kwadraat). Volgens punt 3 heeft ff hetzelfde verloop: eerst dalend, dan stijgend, met minimum f(0)=1f(0) = 1.

Lees in het hoofdstuk →