Licht met frequentie wisselt alleen in hele korrels energie met materie uit; die korrels heten fotonen, elk met energie
waarin de constante van Planck is (Planck, 1900; Einstein, 1905) en de golflengte in vacuüm. De intensiteit van een bundel meet het aantal fotonen per seconde; de energie van elke korrel ligt alleen door de frequentie vast.