Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Optische weglengte en fase?

Definitie 18.2 Universitaire natuurkunde — jaar 2 · Hoofdstuk 18 — Het scalaire model van het licht

In een medium met brekingsindex nn loopt de golf met c/nc/n en is haar golflengte λ0/n\lambda_0/n. De optische weglengte langs een kromme van AA naar BB is

(AB)=ABn ⁣ds,(AB) = \int_A^Bn\,\dd s ,

en de fase die een monochromatische golf opbouwt terwijl zij langs een straal van AA naar BB loopt, is

φ(B)φ(A)=2πλ0(AB)=ωτAB,\varphi(B) - \varphi(A) = \frac{2\pi}{\lambda_0}\,(AB) = \omega\,\tau_{AB} ,

waarin τAB\tau_{AB} de looptijd is. Een golffront is een oppervlak van gelijke fase; in een isotroop medium staan de stralen van de meetkundige optica loodrecht op de golffronten (de stelling van Malus–Dupin), en is de optische weglengte tussen twee golffronten langs elke straal dezelfde.

Links: een dunne lens maakt van vlakke golffronten bolvormige die op het brandpunt convergeren — alle optische weglengten naar F' zijn gelijk. Rechts: in glas krimpt de golflengte tot _0/n en loopt de fase sneller op: de optische weglengte telt de meetkundige lengte n keer.
Links: een dunne lens maakt van vlakke golffronten bolvormige die op het brandpunt convergeren — alle optische weglengten naar FF' zijn gelijk. Rechts: in glas krimpt de golflengte tot λ0/n\lambda_0/n en loopt de fase sneller op: de optische weglengte telt de meetkundige lengte nn keer.

Voorbeelden

Voorbeeld 18.3 (Stigmatisme; de lens als faseplaat)

Een puntbron AA die door een volmaakt (stigmatisch) instrument in AA' wordt afgebeeld: alle stralen van AA naar AA' hebben dezelfde optische weglengte — de golven die langs elke straal aankomen zijn in AA' in fase, en daarom stapelen zij zich daar tot een helder punt op. Voor een dunne lens met brandpuntsafstand ff is dat een uitspraak over fase: een vlakke golf die langs de as aankomt, moet vertrekken als een bolgolf die naar het brandpunt FF' convergeert; omdat een bolgolf met middelpunt op afstand ff op afstand rr van de as de fase 2πr2/2λf2\pi r^2/2\lambda f vóór ligt op haar waarde op de as (paraxiale benadering, f2+r2f+r2/2f\sqrt{f^2 + r^2} \approx f + r^2/2f), moet de lens de golf vertragen met φL(r)=πr2/λf\varphi_L(r) = -\pi r^2/\lambda f: zij is in het midden precies zoveel dikker dat alle optische weglengten naar FF' gelijk worden. Een lens is een faseplaat; een hologram of een vloeibaarkristalscherm dat dezelfde fasekaart oplegt, is een lens.

Lees in het hoofdstuk →