Het vermogen van een apparaat is het tempo waarmee het energie omzet — joule per seconde. De eenheid is de watt (): één joule per seconde, ter ere van de ingenieur van het stoomtijdperk; de kilowatt ( ) bedient de zwaargewichten van de keuken. Vermogen is geen hoeveelheid energie maar een tempo van uitgeven — de stroom uit een kraan, niet de inhoud van een emmer.
Voorbeelden
Voorbeeld 68.3 (De huishoudladder)
Lees de plaatjes op de machines van het gezin: een controlelampje ; een moderne lamp (haar gloeiende voorouder gaf er zestig uit voor hetzelfde licht — het verschil was warmte); een laptop ; een televisie ; een wasmachine die haar water verwarmt ; de waterkoker ; een doorstroomboiler tot . Het patroon van de ladder: alles wat als taak verwarmen heeft, klimt naar de kilowatts — warmte is de duurste vorm van energie om te leveren.
Voorbeeld 68.8 (De rekening lezen)
De elektriciteitsmeter naast de voordeur telt elk kilowattuur dat het huis binnenkomt; de rekening is het maandverschil maal het tarief. De maandeenheden van een doorsneegezin vallen bij doorlichting uiteen: eerst waterverwarming en radiatoren (de kilowattclub), dan de koude apparaten — bescheiden watts, maar altijd draaiend — dan koken, wassen, licht en elektronica. De kracht van de doorlichting: ze vindt de echte hefbomen. Tien oude lampen van vervangen door van bespaart duizend keer meer dan elke lader in huis uit het stopcontact halen.
Voorbeeld 68.9 (De sluipvampiers)
Kleine lettertjes, lange uren: het stand-bylampje van een televisie nipt — maar wel alle uur van de maand: . Eén vampier is onschuldig; een huis met twintig nippers van elk een watt betaalt maandelijks voor niets. Vermogen maal tijd vergeeft geen enkele factor: de tweede bijt wanneer de eerste zich verstopt.