Een meristeem is een weefsel van kleine, ongedifferentieerde cellen die zich blijven delen. De apicale meristemen in de toppen van elke spruit en elke wortel brengen de primaire groei voort: de verlenging, en de hierboven genoemde primaire weefsels. De laterale meristemen — het vaatcambium tussen xyleem en floëem, en het kurkcambium onder de epidermis — brengen de secundaire groei voort: de diktegroei, door naar binnen hout (secundair xyleem) en naar buiten bast toe te voegen, in de stengels en wortels van bomen en struiken. De mechanismen van de meristeemwerking horen bij het deel van jaar 2.
Voorbeelden
Voorbeeld 3.13 (Zoogdier en plant naast elkaar)
Voeding: het zoogdier eet organische stof; de plant maakt haar uit koolstofdioxide, water en licht. Uitwisselingsoppervlakken: inwendig, vast van omvang, doorbloed; uitwendig, groeiend, geventileerd door de wind en de bodem. Intern milieu: een geregelde vloeistof op constante temperatuur en samenstelling; geen — de cellen regelen hun eigen inhoud en de temperatuur van de plant is die van de lucht. Groei: tot een vaste volwassen vorm; open en modulair, het hele leven lang. Beweging: het dier gaat naar zijn voedsel; de plant groeit naar licht en water toe. Afstemming: zenuwen en hormonen in seconden tot uren; alleen hormonen, in uren tot dagen. Elke kolom is een samenhangende manier om een open systeem te zijn.