Normale somatische cellen missen telomerase en tellen hun delingen in de lengte van hun telomeren (Hoofdstuk 24): na een stuk of vijftig gaan zij in senescentie, en een cel die de senescentie omzeilt door p53 en Rb te verliezen gaat door tot haar telomeren op zijn en haar chromosomen versmelten en breken — een crisis die de meeste klonen doodt. De zeldzame overlevende heeft het telomerase weer aangezet, meestal door een mutatie in de promotor, en is onsterfelijk; van de kankers brengt het enzym tot expressie. De crisis laat littekens na: versmolten en gebroken chromosomen, vermenigvuldigingen, deleties, translocaties — de chromosomale instabiliteit, die, met het verlies van het controlepunt van de spoelfiguur en van de reactie van p53 op een verkeerde verdeling, de meeste vaste tumoren aneuploïd maakt en hen varianten laat blijven maken. Een minderheid van de tumoren heeft in plaats daarvan een mutatorfenotype door verloren mismatchherstel, met een normaal karyotype en een duizendvoudige snelheid van puntmutaties.
Biologie · Begrippenlijst