Elke z=0 laat zich schrijven als z=reiθ met r=∣z∣>0; zo’n θ heet een argument van z en ligt vast op een veelvoud van 2π na. De waarde in (−π,π] heet het hoofdargument, genoteerd argz.
Voorbeelden
Voorbeeld 3.6(Eerste waarden, en één beroemde identiteit)
De definitie gelezen in de hoofdhoeken:
eiπ/2=i,eiπ=−1,e2iπ=1,eiπ/4=22(1+i).
De tweede, herschreven als eiπ+1=0, is Eulers beroemde identiteit die e, i, π, 1 en 0 verbindt; in dit stadium van het boek is ze eerder een definitie die zich ontrolt dan een stelling, en haar eigenlijke inhoud — waarom de analytische exponentiële functie van Hoofdstuk 4, uitgebreid tot imaginaire argumenten, dezelfde naam verdient — wordt beslecht door de machtreeksen van Hoofdstuk 17. Ondertussen is bovenstaande regel het onthouden waard als omrekentabel: ze wordt stilzwijgend gebruikt telkens als een argument van een tekening wordt afgelezen.
Voorbeeld 3.9(cos3θ uitwerken met de Moivre)
Schrijf c=cosθ en s=sinθ. De Moivre en het binomium geven
cos3θ+isin3θ=(c+is)3=c3−3cs2+i(3c2s−s3),
en na gelijkstellen van de reële delen en substitutie van s2=1−c2:
cos3θ=c3−3c(1−c2)=4cos3θ−3cosθ.
Het imaginaire deel levert er gratis sin3θ=3sinθ−4sin3θ bij: één complexe identiteit draagt altijd twee reële. Achterstevoren gelezen is de zojuist gevonden identiteit de sleutel tot de klassieke driedelingsvergelijking: cos(θ/3) uit cosθ construeren betekent de derdegraadsvergelijking 4x3−3x=cosθ oplossen, en daar neemt de algebra van Hoofdstuk 8 het over.
Voorbeeld 3.13(Een binomiale goniometrische som)
Bereken voor n∈N en θ∈R de som S=∑k=0n(kn)coskθ. Herken het reële deel van een binomiale ontwikkeling:
S=ℜk=0∑n(kn)(eiθ)k=ℜ(1+eiθ)n,
en ontbind dan de halve hoek (Methode 3.11 (4)): 1+eiθ=2cos2θeiθ/2, zodat
S=ℜ(2ncosn2θeinθ/2)=2ncosn2θcos2nθ.
Het imaginaire deel levert er gratis ∑k(kn)sinkθ=2ncosn2θsin2nθ bij. Controles: θ=0 geeft ∑(kn)=2n terug, en θ=π geeft S=0 voor n≥1 (elke factor cos2π verdwijnt), dat wil zeggen de alternerende rijsom uit Voorbeeld 2.17. De methode — “zie de cosinussom als de schaduw van een complexe macht en ontbind dan halve hoeken” — is precies die van Oefening 3.6, met het binomium in de plaats van de meetkundige reeks.