Wiskunde · Begrippenlijst

Wat is Mediaan?

Definitie 8.5 Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 8 — Beschrijvende statistiek

De mediaan is een waarde die de gesorteerde reeks in twee helften splitst: minstens de helft van de waarden is \leq de mediaan, en minstens de helft is \geq de mediaan. In de praktijk sorteer je de NN waarden;

  • is NN oneven, dan is de mediaan de middelste waarde, op plaats N+12\frac{N+1}{2};
  • is NN even, neem dan het midden van de twee middelste waarden, op de plaatsen N2\frac N2 en N2+1\frac N2 + 1.

Voorbeelden

Voorbeeld 8.6

Een gesorteerde reeks van 77 huizenprijzen (in duizenden): 120120, 150150, 160160, 180180, 210210, 240240, 900900. De mediaan is de 44de waarde, 180180. Het gemiddelde is 19607=280\frac{1960}{7} = 280 — groter dan 66 van de 77 prijzen! Eén extreme waarde (900900) trekt het gemiddelde veel harder mee dan de mediaan: de mediaan is robuust, het gemiddelde niet.

Voorbeeld 8.9

Neem de 1111 gesorteerde waarden

2, 3, 5, 5, 6, 7, 8, 9, 9, 10, 12.2,\ 3,\ 5,\ 5,\ 6,\ 7,\ 8,\ 9,\ 9,\ 10,\ 12 .

Mediaan: plaats 11+12=6\frac{11+1}{2} = 6, dus de mediaan is 77. Q1Q_1: 114=2.75\frac{11}{4} = 2.75, naar boven 33; de 33de waarde is 55. Q3Q_3: 334=8.25\frac{33}{4} = 8.25, naar boven 99; de 99de waarde is 99. Variatiebreedte: 122=1012 - 2 = 10; interkwartielafstand: 95=49 - 5 = 4.

Voorbeeld 8.10 (Twee groepen vergelijken)

Twee klassen maken dezelfde toets (punten op 2020):

mediaanQ1Q_1Q3Q_3
klas A121210101414
klas B1212661717

Dezelfde mediaan, heel verschillende spreiding: klas A is homogeen (de helft van haar punten ligt in [10,14]\intcc{10}{14}), klas B is heterogeen (haar middelste helft loopt over [6,17]\intcc{6}{17}). Kengetallen van het midden vertellen alleen nooit het hele verhaal.

Lees in het hoofdstuk →
Definitie 17.2 Wiskunde bovenbouw · Hoofdstuk 17 — Beschrijvende statistiek

Een mediaan van een gesorteerde gegevensreeks is een waarde die haar in twee helften splitst: minstens de helft van de waarden is kleiner dan of gelijk aan de mediaan, en minstens de helft is groter dan of gelijk. In de praktijk sorteer je de nn waarden; is nn oneven, dan is de mediaan de middelste waarde; is nn even, neem dan het midden van de twee middelste waarden.

Voorbeelden

Voorbeeld 17.3

Voor onze gegevensreeks is de som 144144, dus xˉ=14412=12\bar x = \frac{144}{12} = 12. De twee middelste waarden (de 66de en de 77de van de gesorteerde lijst) zijn allebei 1212, dus is ook de mediaan 1212. Gemiddelde en mediaan moeten niet samenvallen: de mediaan negeert hoe ver de uiterste waarden liggen, het gemiddelde niet. Vervang je het hoogste punt 1717 door 2020, dan schuift het gemiddelde naar 12.2512.25, terwijl de mediaan op 1212 blijft.

Lees in het hoofdstuk →