Natuurkunde · Begrippenlijst

Wat is Dispersie?

Definitie 3.13 Natuurkunde bovenbouw · Hoofdstuk 3 — Breking van licht

Een midden is dispersief wanneer zijn brekingsindex van de golflengte van het licht afhangt. In glas en water is nn iets groter voor blauw licht (korte golflengte) dan voor rood licht (lange golflengte) — en dus buigt blauw sterker af.

Voorbeelden

Voorbeeld 3.14 (Twee kleuren, één oppervlak)

Een bundel wit licht treft kroonglas onder i1=60i_1 = 60^\circ. Voor dit glas is nrood=1.51n_{\text{rood}} = 1.51 en nblauw=1.53n_{\text{blauw}} = 1.53. De wet van Snellius, één keer per kleur:

sinirood=sin601.51=0.574,irood=35.0;siniblauw=sin601.53=0.566,iblauw=34.5.\sin i_{\text{rood}} = \frac{\sin 60^\circ}{1.51} = 0.574, \quad i_{\text{rood}} = 35.0^\circ ; \qquad \sin i_{\text{blauw}} = \frac{\sin 60^\circ}{1.53} = 0.566, \quad i_{\text{blauw}} = 34.5^\circ .

Eén oppervlak splitst wit licht over een halve graad — onzichtbaar op een ruit, maar een prisma breekt twee keer in dezelfde draaizin, verbreedt de waaier, en een paar meter verderop liggen de kleuren centimeters uit elkaar.

Lees in het hoofdstuk →
Definitie 5.9 Universitaire natuurkunde — jaar 1 · Hoofdstuk 5 — Voortplanting van signalen: lopende en staande golven

Een medium is dispersief wanneer de fasesnelheid van de frequentie afhangt. Een niet-sinusvormig signaal, een som van sinussen, vervormt dan onderweg doordat zijn componenten uit elkaar lopen. Geluid in lucht en licht in vacuüm zijn niet-dispersief; licht in glas (Hoofdstuk 2) en golven op diep water zijn dispersief — de lange deining van een verre storm komt een dag eerder aan dan de korte kabbeling.

Lees in het hoofdstuk →