Een lineair, homogeen en in de tijd onveranderlijk medium laat de vlakke monochromatische golven toe (in complexe notatie; het fysische signaal is het reële deel), op voorwaarde dat en voldoen aan de dispersierelatie van het medium, , opgelost als of . Voor reële loopt de golf zonder vervorming met de fasesnelheid
Het medium heet dispersieloos wanneer niet van afhangt (dan is en plant elk signaal zich onvervormd voort — de vergelijking van d’Alembert), en anders dispersief.
Voorbeelden
Voorbeeld 8.2 (Dispersief en dispersieloos)
(i) Een snaar op een elastische bedding (terugdrijvende kracht per lengte-eenheid, of een keten van slingers), : met — de relatie van Klein–Gordon, dezelfde als die van een plasma en van een golfgeleider (Hoofdstukken 14 en 16): , en er is geen reële beneden de afsnijfrequentie . (ii) Zwaartekrachtgolven op diep water: (aangenomen), : lange golven zijn sneller — voor , voor . (iii) De keten van atomen, (Hoofdstuk 6). (iv) Licht in glas, , en daarom spreidt een prisma een spectrum uit.
Voorbeeld 8.7 (Klein–Gordon: sneller dan het licht, en toch niet)
Voor geldt en , dus : de fasesnelheid overtreft (in de ionosfeer bewegen de toppen van een golf van sneller dan het licht), maar de groepssnelheid, die het signaal draagt, blijft eronder. Een fasesnelheid vervoert geen energie en geen informatie — de toppen zijn als de lichtvlek van een vuurtoren die over een verre wolk strijkt.