Biologie · Begrippenlijst

Wat is Carcinogeen?

Definitie 17.6 Biologie bovenbouw · Hoofdstuk 17 — Schade aan het genoom en kanker

Een carcinogeen is een invloed die het risico op kanker verhoogt. De meeste zijn mutagenen: het ultraviolet van het zonlicht (huidkankers), de teer van tabaksrook (long, mond, blaas), ioniserende straling, asbestvezels, alcohol, sommige schimmels. Andere werken anders: bepaalde virussen dragen genen die de remmen van de cel blokkeren — humane papillomavirussen veroorzaken vrijwel alle baarmoederhalskankers, hepatitisvirussen veel leverkankers — en langdurige ontsteking of hormonen die een weefsel aan het delen houden, verhogen het aantal delingen waarin mutaties kunnen optreden.

Het risico op longkanker ten opzichte van een niet-roker, tegen het aantal sigaretten dat over tientallen jaren per dag is gerookt (afgerond uit langlopend onderzoek). Het risico stijgt met de dosis, zoals je van een mutageen dat de longen bereikt verwacht.
Het risico op longkanker ten opzichte van een niet-roker, tegen het aantal sigaretten dat over tientallen jaren per dag is gerookt (afgerond uit langlopend onderzoek). Het risico stijgt met de dosis, zoals je van een mutageen dat de longen bereikt verwacht.

Voorbeelden

Voorbeeld 17.7 (Tabak)

Rook draagt zo’n zeventig carcinogenen; benzopyreen, eenmaal door de enzymen van de cellen zelf geactiveerd, hecht zich aan guanines en veroorzaakt substituties op die plaatsen. Het p53-gen van een longtumor van een roker draagt doorgaans precies zo’n substitutie, op een van de weinige plaatsen waar benzopyreen zich het gemakkelijkst bindt — het mutageen laat zijn handtekening in de volgorde achter. Longkanker was vóór de sigaret een zeldzaamheid; roken veroorzaakt negen van de tien gevallen, en stoppen halveert het risico binnen tien jaar, doordat de cellen die de eerste stappen droegen geleidelijk worden vervangen.

Lees in het hoofdstuk →