Kanker is een populatie cellen die zich delen zonder de regelingen die de deling van normale cellen begrenzen, en die de omliggende weefsels binnendringen. Zij begint met één cel waarvan het DNA mutaties heeft opgehoopt in de genen die de celcyclus besturen; de nakomelingen van die cel vormen een tumor. Een tumor die op zijn plaats blijft, is goedaardig; een tumor waarvan de cellen naburig weefsel binnendringen en via het bloed of de lymfe elders nieuwe tumoren stichten (uitzaaiingen), is kwaadaardig.
Voorbeelden
Voorbeeld 17.4 (Twee bekende genen)
Een receptor voor een groeisignaal zit in het membraan van veel cellen; één substitutie in zijn gen laat hem onafgebroken signaleren, zonder enig signaal van buiten — een oncogen dat in een derde van de dikkedarm- en longkankers wordt gevonden. Het gen van p53 wordt daarentegen op elke denkbare manier uitgeschakeld: substituties die zijn vorm veranderen, deleties, een voortijdige stop. Een cel die p53 heeft verloren, houdt niet in om haar DNA te herstellen voordat zij het kopieert, en hoopt dus sneller nog meer mutaties op: die rem verliezen versnelt het hele proces.
Voorbeeld 17.7 (Tabak)
Rook draagt zo’n zeventig carcinogenen; benzopyreen, eenmaal door de enzymen van de cellen zelf geactiveerd, hecht zich aan guanines en veroorzaakt substituties op die plaatsen. Het p53-gen van een longtumor van een roker draagt doorgaans precies zo’n substitutie, op een van de weinige plaatsen waar benzopyreen zich het gemakkelijkst bindt — het mutageen laat zijn handtekening in de volgorde achter. Longkanker was vóór de sigaret een zeldzaamheid; roken veroorzaakt negen van de tien gevallen, en stoppen halveert het risico binnen tien jaar, doordat de cellen die de eerste stappen droegen geleidelijk worden vervangen.
Voorbeeld 17.10 (Behandelingen en waar zij op mikken)
Een operatie verwijdert een tumor die zich niet heeft verspreid. Bestraling breekt het DNA van de cellen in de bundel onherstelbaar en doodt bij voorkeur delende cellen. Chemotherapie gebruikt middelen die de replicatie of de spoel blokkeren (Hoofdstuk 12): tumorcellen, die onafgebroken delen, sterven sneller dan normale cellen — maar ook de snel delende normale weefsels (beenmerg, darmbekleding, haarwortels) lijden eronder, en daar komen de bijwerkingen vandaan. Nieuwere behandelingen mikken op het bepaalde gemuteerde eiwit van een tumor, of laten het afweersysteem erop los.