Biologie · Begrippenlijst

Wat is Gluconeogenese?

Definitie 16.3 Universitaire biologie — jaar 1 · Hoofdstuk 16 — Biosynthesen en de geïntegreerde cel

De gluconeogenese maakt glucose uit voorlopers die geen koolhydraat zijn — lactaat, pyruvaat, glycerol en de koolstofskeletten van de meeste aminozuren — in de lever (en een beetje in de nier). Zij laat de glycolyse achterwaarts lopen langs haar zeven omkeerbare stappen en omzeilt de drie onomkeerbare met andere enzymen: pyruvaat wordt gecarboxyleerd tot oxaalacetaat (in het mitochondrion, één ATP) en gedecarboxyleerd tot fosfo-enolpyruvaat (één GTP); fructose-1,6-bisfosfaat wordt gehydrolyseerd tot fructose-6-fosfaat; glucose-6-fosfaat wordt gehydrolyseerd tot vrije glucose, die de cel verlaat. Per glucose: 6 ATP-equivalenten en 2 NADH, tegen de 2 ATP die de glycolyse oplevert — de prijs van een bergafwaartse weg bergop lopen.

De glycolyse en de gluconeogenese delen zeven omkeerbare reacties en verschillen bij drie onomkeerbare, die elk door een apart enzym worden omzeild. Aparte enzymen betekenen aparte regeling: de lever kan de ene richting aanzetten en de andere uitzetten.
De glycolyse en de gluconeogenese delen zeven omkeerbare reacties en verschillen bij drie onomkeerbare, die elk door een apart enzym worden omzeild. Aparte enzymen betekenen aparte regeling: de lever kan de ene richting aanzetten en de andere uitzetten.

Voorbeelden

Voorbeeld 16.5 (De coricyclus)

Een sprintende spier vergist glycogeen tot lactaat, dat het bloed in gaat; de lever neemt het lactaat op, oxideert het tot pyruvaat, maakt er glucose van tegen 6 ATP per glucose, en geeft de glucose aan het bloed terug zodat de spier haar opnieuw kan gebruiken. De spier heeft zonder zuurstof 2 ATP per glucose gewonnen en een rekening van 6 aan de lever doorgeschoven, die haar op haar gemak met zuurstof betaalt: de “zuurstofschuld” van een sprint wordt grotendeels in de lever afbetaald.

Lees in het hoofdstuk →